De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 19 november

Hoofdartikelzaterdag, 16 juni 2007

Hersenen, normen...
De hersenen van jongeren tot ongeveer achttien jaar zijn niet voldoende uitgegroeid om beslissingen op langere termijn te overzien. De vraag van wanhopige ouders aan hun puberende kind ‘hoe kón je dit toch doen?’ krijgt daarmee een antwoord: het kind kon de gevolgen niet overzien van wat het deed.
De ontdekking van het niet volgroeide hersendeel is een van de vele voorbeelden van wat wordt genoemd een verklaring voor gedrag vanuit het medisch-biologisch onderzoek, in dit geval hersenonderzoek. De afgelopen jaren is er enorm veel ontdekt op dit gebied. Sommige ontdekkingen zijn omstreden en/of reden tot felle discussies: is er nu wel of geen hersenkwabje dat mensen religieus maakt? En wijken de hersenen van misdadigers, of van homoseksuelen nu wel of niet af? De interpretatie van ontdekkingen is interessant: meestal wordt gezegd dat kenmerken van de hersenen leiden tot bepaald gedrag. Maar er is meer voor te zeggen dat het ‘religiekwabje’ groeit omdát mensen religieus zijn.
De ontdekkingen leiden in sommige gevallen tot bezinning: sinds we weten dat de hersenen zich ontwikkelen tot in het twintigste levensjaar en dat alcohol die ontwikkeling negatief beďnvloedt, maakt iedereen zich zorgen over het steeds meer drinken door steeds jongere kinderen. De wetenschap maakt dingen duidelijk die we ‘van nature’ wel wisten, maar die we kennelijk waren vergeten.
Die steeds meer naar voren komende koppeling tussen de feiten (van het medisch-biologisch onderzoek) en de waarden, de norm van bijvoorbeeld niet drinken tot je achttiende is interessant. De afgelopen eeuwen is de koppeling tussen feiten en waarden in de ethiek omstreden geweest. Tot aan de achttiende-eeuwse filosoof Hume was die koppeling gemeengoed. Daarvoor gold de feitelijkheid van de natuur gedurende vele eeuwen als waarde en als uitgangspunt en criterium voor het handelen. Een van de achtergronden daarvan is de overtuiging dat in de schepping een goddelijke orde ligt. Goed leven is leven volgens die orde. De (Griekse) stoďcijnen van enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling hadden deze overtuiging al. En de Rooms-Katholieke Kerk heeft in zekere zin nog steeds deze overtuiging. Die komt tot uiting in allerlei opvattingen, bijvoorbeeld over homoseksualiteit: de eenheid tussen man en vrouw is volgens de orde van de schepping; homoseksualiteit is tegen die orde en moet daarom worden afgewezen. Volgens dezelfde redenering komt deze kerk tot afwijzing van bijvoorbeeld voorbehoedmiddelen. In protestantse kring is het natuurlijke minder goddelijk; deze traditie geeft zich meer rekenschap van de ‘gevallen schepping’. Die is niet meer goed en kan daarom nooit volledig uitdrukking zijn van de goddelijke orde.
Mede onder invloed van de verwetenschappelijking van het mens- en wereldbeeld is de koppeling tussen de natuurlijke orde en de vraag naar goed handelen losser geworden. In feite is die in moderne ethische opvattingen geheel losgelaten. Er zijn zeker goede gronden voor die ontkoppeling. Het is volgens de natuur dat mensen verouderen en ten slotte sterven. Mag een dokter daarom niet proberen het leven te verlengen? De natuur is soms ook vernietigend voor de mens en de mag toch proberen de gevolgen daarvan te beperken?
...en goed gedrag
Goed handelen is kennelijk niet los verkrijgbaar, maar goed handelen is verbonden met wat en wie we zijn. De feitelijkheid van mij als mens, in mijn lichamelijkheid en met mijn ziel en met mijn geest, wordt door goed handelen als het ware verrijkt. Door dat goede handelen kom ik tot mijn bestemming. Hetzelfde kan worden gezegd in relatie tot de ander en tot de natuur. Bij Aristoteles had ieder ding en had ieder mens een bestemming, een doel. Handelen dat gericht is op het bereiken van het doel, is deugdzaam handelen. In deze opvatting ligt in het feit de norm al besloten.
In de bijbel krijgt de mens de opdracht de schepping te ‘bouwen en te bewaren’. In deze opdracht schuilt een wonderlijke eenheid van feit en norm; de mens wordt uitgenodigd om als het ware de schepping af te maken; de mens draagt tenslotte de verantwoordelijkheid van de kroon van de schepping.
Resultaten van onderzoek kunnen een middel en een aansporing zijn om opnieuw de orde van de schepping te leren zien en daarnaar te handelen. Om ‘betere’ mensen te worden, voor onszelf, voor de ander en voor de natuur, waardoor Schepper wordt geëerd.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties