De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 31 juli

Geloof & Kerkdonderdag, 17 augustus 2006

Monumentale kerk van Jistrum: symbool van eeuwenlange vroomheid
Parel van Middeleeuwse bouwkunst

De monumentale kerk van Jistrum kent een geschiedenis die teruggaat tot het jaar 1230. Het is een parel van Middeleeuwse bouwkunst, in Romano-Gotische stijl, met schitterende gemetselde gewelven. Heel bijzonder voor Fryslân is de windwijzer in de vorm van een paard. Kerkrentmeester Rypke Sietzema beschrijft het gebouw en zijn geschiedenis.

Tsjerkepaad 2006
RYPKE SIETZEMA
In het boek De Gemeene dorpsgronden in Oostergo schrijft D.J. Cuipers: ‘De ontstaansgeschiedenis van het dorp Jistrum moet zo‘n 2000 jaar geleden al zijn begonnen‘. De eerste bewoners bouwden hun huizen op de grens van uitgestrekte heidevelden in het noorden en graslanden voor het vee in het zuiden. Bovendien had men het Bergumermeer voorhanden voor de visvoorziening. Met andere woorden: een ideaal vestigingsoord.
In het begin van de dertiende eeuw voelt de bevolking de behoefte om over een eigen kerkgebouw te kunnen beschikken. Mogelijk heeft de dan al bestaande kerk van De Kooten een belangrijke rol gespeeld in de verwezenlijking van die wens.
Het kerkrecht was in die tijd blijkbaar ook al streng, want een dorp mag niet eerder over een eigen parochie beschikken dan nadat de bewoners het bewijs hebben geleverd dat ze er ook iets voor over hebben. Er moet namelijk zoveel grond beschikbaar zijn dat de pastoor/boer in zijn levensonderhoud kan voorzien en een kerkgebouw en eredienst in stand gehouden kunnen worden. Vanaf ongeveer 1230 komt de kerk van Jistrum voor in de eigendomsregisters van land. Dat mag als bewijs gelden dat de kerkstichting dan al een feit is. Het jaar 1230 wordt dan ook aangehouden als bouwjaar van de kerk.
Net als op zoveel plaatsen wordt de kerk gebouwd in oost-westelijke richting. Het koor aan de oostkant, de toren west. In het koor stond het altaar en de kerkgangers keken via het altaar naar het oosten, naar de kant van het licht, daar waar de zon opkomt. Het oosten, de oorsprong van het christendom, het licht van het evangelie.
Over de eerste eeuwen na 1230 is weinig bekend. Een aantal zaken is vermeldenswaard:
In 1447 wordt er tussen Groningen en een aantal dorpen uit onze streek een verdrag gesloten over de uitlevering van dieven en rovers. Pastoor Johan van Eesdrum plaatst ook zijn zegel onder het verdrag.
In 1581 bereikt de Reformatie ook Jistrum en wordt de kerk in één week ontdaan van de heiligenbeelden en worden de beschilderde muren overgekalkt. Kortom: de rooms-katholieke kerk wordt een hervormde kerk en de pastoor heet voortaan dominee.
De kerken van Jistrum en Eastermar zijn eeuwenlang aan elkaar verbonden geweest. Al in 1567 wordt pastoor Nicolaas genoemd als herder van beide parochies. Vanaf 1610 tot op de dag van vandaag hebben de kerken van beide dorpen gezamenlijk een voorganger.
In het Kunstreisboek voor Nederland wordt de kerk beschreven als ‘een belangwekkend gaaf, Romano-Gotisch gebouw van grote baksteen‘. In een gemeentelijk rapport wordt geschreven: ‘vermoedelijk het oudste, zeker het fraaiste in onze gemeente‘. Het is waar, de kerk is een juweeltje van Middeleeuwse bouwkunst. Het bestaat uit een schip, een halfrond gesloten koor en een vierkante toren met zadeldak. Tussen 1946 en 1950 zijn kerk en toren ingrijpend gerestaureerd. Een restauratie van het interieur en de kapconstructie staan voor de nabije toekomst op het programma.
Aan de noord- en zuidzijde van het schip zijn oude, dichtgemetselde ingangen weer zichtbaar gemaakt. De noorddeur was vroeger de ingang voor vrouwen en kinderen, terwijl de mannen en oudere jongens van de zuiddeur gebruik moesten maken. Van een vroegere Romaanse ingang is nog een afgeschuinde lijst aanwezig waarop een boog steunt. De dichtgemetselde ingangen zijn bij de laatste restauratie weer zichtbaar gemaakt. In verband met veiligheidsvoorschriften zijn er plannen om in ieder geval weer één van de twee als nooduitgang te bestemmen.
Leprozenvenster
Tussen schip en koor bevinden zich twee, later aangebrachte, steunberen. Opvallend is het keperfries, langs de bovenzijden van de circa een meter dikke muren. In schip en koor bevinden zich rondbogige vensters. In de zuidgevel zijn twee grote spitsbogige ramen aangebracht, waar vroeger waarschijnlijk kleine Romaanse vensters hebben gezeten.
Door een onregelmatigheid in het metselwerk werden tijdens de laatste restauratie in de noord- en zuidgevel, twee hagioscopen van verschillende vorm ontdekt. Deze werden in ere hersteld. Ze worden ook wel leprozenvenster of dodenlicht genoemd. Zekerheid over het gebruik van deze ramen is er dus niet. De naam leprozenvenster kan duiden op melaatsen die vanwege besmettingsgevaar niet in de kerk mochten komen, en zo de heilige handelingen op het altaar toch konden volgen. In de kerk brandde dag en nacht licht ter wille van de rust der doden die op het omringende kerkhof waren begraven. Licht, het zinnebeeld van de zegen die van de kerk zou uitgaan, ook voor hen die gestorven waren. Algemeen neemt men aan dat de hagioscoop het middel was om het heilige altaar of de heilige Godslamp te kunnen zien.
De dakbedekking bestaat uit oude ‘Friesche holle rode‘ pannen, maar tot het begin van de 18de eeuw zal het ongetwijfeld riet zijn geweest; een materiaal dat langs de oevers van het Bergumer- of ‘Groote Meer‘ in ruime mate voor handen was.
Op een tekening van de kerk uit 1722 zijn twee rijen van vijf zogenaamde ‘duivengaten‘ duidelijk zichtbaar. Voor de kerkrentmeesters van die tijd was dat een belangrijke bron van inkomsten, zoals blijkt uit de rekeningboeken van 1750. Niet alleen de duiven, maar vooral de mest brengen geld op. Duivenmest was in die tijd een niet onbelangrijk middel bij de teelt van tabaksplanten. Hoewel de aanwezigheid van duiven op het dak van een kerk niet misstaat - de duif is immers het symbool van vrede en van de Heilige Geest - is het mij niet bekend dat er meerdere eigenaren van kerkgebouwen zijn geweest, die duiven hebben gehouden om de kerkelijke kas te spekken.
Paard als windwijzer
De toren met zadeldak is sinds de Napoleontische tijd eigendom van de gemeentelijke overheid. Hij heeft een hoogte van 20,5 meter. Het bovenste deel van de toren is versierd met spaarvelden, afgesloten met rondboogfriezen. In de oostelijke topgevel zijn nisversieringen aangebracht.
Op een kerktoren in Fryslân staat in de regel een gouden haan als symbool voor Christus die als Verlosser de macht van het donker doorbreekt, verlost van zonden en oproept tot de taak van de nieuwe dag. In Jistrum staat echter een paard op de toren. Hoe dat mogelijk is? Welnu, vroeger stond er wel een haan op de toren, maar deze is er eens afgewaaid. Herstel was niet mogelijk, maar voor een zacht prijsje kon er wel een windwijzer in de vorm van een paard worden aangekocht. Daarmee was de prijs belangrijker dan de symbolische waarde.
De oorspronkelijke luidklok uit 1759 werd in de jaren 1940-1945 door de bezetter geroofd, maar de gemeente liet in 1949 een nieuwe klok aanbrengen met het volgende opschrift:
Van Bergen Heiligerlee,
1949
Gemeente Tietjerksteradeel
Mijn bronzen stem
Roept u tot Hem
die u het aanzijn gaf
vanaf de wieg tot aan het graf
Tijdens de restauratie werd de hele kap vernieuwd en onder alle muren werd een geheel nieuw fundament aangebracht. Het gewelf onder in de toren is gereconstrueerd uit enkele aanzetstenen en fragmenten van bogen, die nog op de muren aanwezig waren.
Gemetselde gewelven
Wie voor het eerst de kerk binnenkomt, wordt geďmponeerd door de gemetselde bakstenen gewelven met ronde ribben die steunen op de muurpijlers. De ribben komen op het hoogste punt in een ring bijelkaar. Op de betonvloer zijn oude plavuizen aangebracht. De ‘kreake‘ is te bereiken via een gedraaide spiltrap. Wij vinden hier een beperkt aantal zitplaatsen en het in 1956 geplaatste Pels-orgel. Eind 2007 hopen wij hier het prachtige monumentale orgel te plaatsen, dat tot voor kort een plek vond in de voormalige Gereformeerde Kerk van Jistrum. Het zal in 2007 worden gerestaureerd evenals het interieur van de kerk. Zo brengen wij twee monumenten bijeen tot een uiterst fraai en harmonieus geheel.
De galerij was voor de laatste restauratie nog een meter groter dan nu het geval was. Het achterste gewelf werd daardoor voor een groot deel aan het oog onttrokken. Na de verkleining werd de ruimtewerking aanmerkelijk versterkt. Via de kreake is de toren bereikbaar.
Voor de restauratie had de voorste balk een opschrift dat helaas verdwenen is. De tekst is er gelukkig nog: ‘Looft den Heer boven alles. Deze kraak is aangelegd door Jelke Jans en Egbert Siemens, kerkvoogden te Eestrum en besproken door meester Jan Roelofs - Anno 1677’.
Preekstoel
De kerk beschikt over ongeveer honderdvijftig zitplaatsen, bestaande uit biezenmatstoelen en een negental eikenhouten banken. De preekstoel is aangebracht tegen de noordwand. Oorspronkelijk was hij geplaatst tegen de zuidwand en voorzien van een indrukwekkend klankbord. Het is een zeventiende-eeuwse eikenhouten kuip met vlakke panelen en snijwerk aan de randen. Tegen de preekstoel staat een gebogen trap, terwijl we onder aan de kuip een scharnierend koperen doopbekken aantreffen. Dit bekken wordt niet meer gebruikt, want er kwam in 1950 een kalkstenen doopvont voor in de plaats, gemaakt door de Amsterdamse beeldhouwer G. Bolhuis. Op de vier zijden zijn de symbolen aangebracht van de vier evangelisten: leeuw, rund, dier met mensengezicht, en een arend (respectievelijk Marcus, Lucas, Matteüs en Johannes).
Bij de eenvoudige eikenhouten avondmaalstafel hoort het volgende servies: prachtige zilveren beker uit 1685 en een nieuwer exemplaar gemaakt in 1931, een grote en twee kleinere tinnen broodschalen en een tinnen wijnkan. Op de preekstoel ligt een Statenbijbel uit 1874.
Een vijfarmige koperen kandelaar en drie eenvoudige oud-Hollandse elektrische kroonluchters maken het interieur compleet.
Als geheel ademen kerk en toren van Jistrum een sfeer die men nergens zo aantreft. Het is een symbool van eeuwenlange vroomheid van onze voorouders. Eeuwenlang kwamen in deze kerk mensen bijelkaar om te danken, te bidden, te zingen en om God te loven. Wij zijn er trots op dat we deze erfenis van bijna achthonderd jaar mogen doorgeven aan hen die na ons komen. Wij wensen dat dit door zijn eenvoud zo indrukwekkende gebouw nog vele eeuwen de functie mag behouden waarvoor hij eens werd gebouwd.
Rypke Sietzema is kerkrentmeester van de Protestantse Gemeente van Jistrum (i.w.).
De kerken van de Kerspelroute in Achtkarspelen, de Noard Westergoaroute en de Liembultenroute in de Zuidwesthoek zijn tot en met het Monumentenweekend (9 september) iedere zaterdag geopend van 13.30 tot en 17.30 uur.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 1


Reacties:

In de zuidmuur van de toren van de Mariakerk te Ruinen hebben zich ook
enkele rijen duivengaten bevonden, zoals nog duidelijk te zien is op een
oude prent (uit 1785)van de kerk. Helaas zijn deze op enig moment
'weggerestaureerd'.

Hans Westerman, Ruinen - dinsdag, 23 september 2008


Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties