De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zondag 19 november

Analysemaandag, 27 februari 2006

Vrouwen willen helemaal geen carrière

De PvdA wil van kinderopvang een basisvoorziening maken. De achterliggende gedachte is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen omhoog moet. Maar kinderopvang is geen wondermiddel zoals velen, ook politici, denken. De meeste Nederlandse vrouwen ontbreekt het aan ambitie. Zij willen geen carrière, maar willen moederen, stelt Wim Orbons.

WIM ORBONS
In ‘Samenleving aanpassen aan kinderzorg’ in het Friesch Dagblad van 3 februari pleit CDA-Kamerlid Margreeth Smilde voor goede kinderopvang. Dat is een ‘eerste vereiste’ en enkele regels verder durft ze de stelling aan ‘dat als kinderopvang zelfs gratis was, de meeste kinderen nog steeds niet 5 dagen in de week naar de crèche zouden worden gebracht’. ,,Heel principieel vinden wij dat de opvoeding van kinderen in handen van de ouders ligt’’, aldus Smilde. En daarna stelt ze dat ‘de samenleving nog niet is ingericht op de vanzelfsprekendheid dat beide ouders werken’.
In haar pleidooi komen meerdere tegenstrijdigheden voor. Dat geldt niet alleen voor haar, maar ook voor bijvoorbeeld het beleid van minister De Geus en minister Van der Hoeven. De Geus wil dat vrouwen meer gaan werken en Van der Hoeven wilde de vijfdaagse schoolweek terug brengen naar vier. Dat zou betekenen dat werkende ouders nog een extra dag zouden moeten rennen voor (dure en onnodig bureaucratische) kinderopvang. Wat wil het CDA nu eigenlijk? Ouders die opvoeden of ouders die allebei werken en de kinderen uitbesteden?
Vrouwen moeten méér werken, mannen zouden minder kunnen werken om de zorg voor de kinderen eerlijker te verdelen, vindt ook de Nederlandse Gezinsraad (NGR). Deze aanbeveling staat haaks op het kabinetsbeleid dat we met z’n allen meer, langer en harder moeten werken ten behoeve van de economische groei en om de kosten van de vergrijzing op te vangen.
Kunnen mannen überhaupt minder werken? In de meeste gevallen niet. Het is een kwestie van extra kosten voor werkgevers. Werkgevers moeten extra tijd steken in personeelswerk voor uitdijende staven van deeltijdwerkers, het opstellen van ingewikkelde roosters en het organiseren van de vergaderingen voor de overdracht van de informatie van de ene deeltijdwerker naar de andere. Taken die in een strak schema passen zoals in een loketfunctie kunnen goed in deeltijd worden verricht, maar bij de meeste functies ligt dat moeilijker. Bovendien moet een burgemeester of medisch specialist en tal van andere (leidinggevende) functies, met name in het bedrijfsleven, altijd beschikbaar zijn. Dat is ook de reden dat de Rotterdamse wethouder Marianne van den Anker (Leefbaar Rotterdam) niet in een volgend college wil terugkeren. Zij wilt meer tijd voor haar kinderen van 3 en 4,5 jaar. Dat geluid was ook recent in Rondom Tien te horen: het dilemma tussen carrière en (zelf)opvoeden. Beiden is onmogelijk.
Bijna de helft van de Nederlandse ouders vindt dat het gezinsleven (en de opvoeding van kinderen) er onder lijdt als een moeder (vooral met jonge kinderen) een volledige baan heeft, tegen een kwart ruim tien jaar geleden (SCP/CBS-publicatie Emancipatiemonitor 2004). Het prominente VVD-lid Annemarie Jorritsma deelde recent in Nova mede dat carrière altijd ten koste gaat van het gezinsleven. Dat geldt zowel voor vrouwen als ook voor mannen. Het traditionele rollenpatroon in het gezin - moeder zorgt en vader werkt - is om meerdere redenen nooit verdwenen. Dat zien we voor een deel terug in de maatschappij. In de (ver)zorgende beroepen, bijvoorbeeld de gezondheidszorg, kinderopvang en basisonderwijs werken bijna uitsluitend vrouwen in parttime banen. De Nederlandse man zorgt als zijn werk het toelaat, de Nederlandse vrouw werkt als de zorg het toelaat.

Wensen

Opmerkelijk is dat politici en de Nederlandse Gezinsraad, met zijn recente tien adviezen voor gelijke verdeling van arbeid en zorg voor de kinderen, hier voorbijgaat aan de wensen van de meeste ouders (en het kabinet). Het is ook vaak praktisch onmogelijk, bijvoorbeeld in de bijna een half miljoen eenoudergezinnen of in gezinnen waar de man fulltime in onregelmatige diensten werkt of veel in het buitenland verblijft: bijvoorbeeld de internationale vrachtwagenchauffeur. Bovendien: werken en zorgen voor de kinderen veroorzaakt stress, vinden veel moeders. Het ‘spitsuurgezin’ leidt vaak tot een scheiding, dat niet in het belang van kinderen is, en waardoor veel gescheiden moeders in de bijstand terecht komen. En dat is wat de overheid niet wil: nog meer uitkeringsgerechtigden.
Dat kwalitatief goede, betaalbare en ook ruimere kinderopvang automatisch leidt tot veel meer arbeidsparticipatie van vrouwen is een mythe. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Catherine Hakim, sociologe aan de London School of Economics. Zij heeft vastgesteld dat 60 tot 80 procent van de vrouwen wel wil werken, maar de zorg voor de kinderen mag daar niet onder lijden. Dat betekent een deeltijdbaan. De helft van de resterende 20 tot 40 procent vrouwen vindt die zorg zo belangrijk dat ze daar überhaupt niet naast willen werken, en de resterende 10 tot 20 procent kiest wel voor een fulltime baan. Het is vooral deze (kleine) groep hoogopgeleide vrouwen die behoefte heeft aan (een ruime) kinderopvang. Overigens kiest eenderde van de hoogopgeleide vrouwen niet voor kinderen, maar voor carrière en vakanties.
Als de overheid tweehonderd miljoen euro meer in kinderopvang zou steken, neemt de arbeidsparticipatie (het aantal werkende vrouwen en het aantal uren dat ze werken) slechts met 0,2 procent toe, blijkens een onderzoek van twee economen van het Centraal Planbureau. Maar als de uitbreiding van kinderopvang van half acht ‘s ochtends tot dat kinderen weer naar bed moeten wordt uitgevoerd door bijstandsmoeders (meestal gescheiden moeders en zonder enige pedagogische opleiding) zal ook die kleine groep hoogopgeleide moeders afzien van deze uitbreiding van opvang.
Dat is ook logisch. Aan het ‘ophok-plan’ van de VVD-ers Van Aartsen en Van Hoof liggen louter economische redenen ten grondslag. Door kinderen de hele dag op school te laten ‘ophokken’, kunnen beide ouders fulltime werken, waardoor de overheid meer inkomsten aan belastingen en premies ontvangt. Economische groei is dan ook het motto van dit kabinet. Daar zit echter een keerzijde aan. Een overheid die zo’n hoge premie zet op zelfontplooiing en persoonlijke vrijheid stimuleert echtscheiding: jaarlijks eindigen bijna 110 duizend relaties in een scheiding. En daar is niemand mee gebaat. Scheiding is de grootste oorzaak van armoede (en criminaliteit, vergrijzing, de druk op de huizenmarkt, gezondheidszorgvoorzieningen, rechterlijke macht enzovoort).
Kinderopvang wordt door politici ten onrechte beschouwd als wondermiddel om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen. Finland is een voorbeeld van een land met zeer ‘vrouwvriendelijk’ beleid. Vrouwen mogen drie jaar lang verlof opnemen na de geboorte van hun kind, met behoud van 65 procent van hun salaris. Bovendien betalen ouders maar 16 procent van de totale opvangkosten van hun kinderen, in Nederland ten minste een derde. Toch telt Finland weinig buitenshuis werkende moeders. De verschillen in vrouwelijke arbeidsparticipatie tussen landen zijn terug te voeren op twee belangrijke oorzaken: cultuur en welvaart. In een land als Portugal zijn voltijds werkende vrouwen pure noodzaak om het gezinsinkomen op peil te houden. In een land als Zwitserland kunnen gezinnen, dat geldt ook voor de meeste gezinnen in Nederland, rondkomen met het inkomen van de man en een laag inkomen van de vrouw. Dus werken veel meer vrouwen in dit land parttime dan in Portugal.

Goed

Mensen doen het liefst waar ze goed in zijn. Voor de grootste (zwijgende) groep betekent dit dat moeder zorgt, eventueel uit financiële noodzaak met een deeltijdbaan, en vader brood op de plank brengt. Volgens economen is dat ook het beste voor de economie, als iedereen doet waar hij of zij goed in is. Maar de ontwikkelingswerkers van Sociale Zaken zien dat anders. Sociale Zaken wil parttime werk zelfs belonen met promotie en heeft mannelijke ambtenaren aangespoord om net als vrouwen minder uren te maken. Maar is de slogan van dit kabinet niet: méér en langer werken voor iedereen? Die ontwikkelingswerkers - die de kostenverslindende campagne bedachten: wie-doet-wat (in de huishouding) - starten nu een overbodige campagne: Stem op een vrouw. Vrouwen worden namelijk gek van die emancipatiedrift, die volgens De Geus vorig jaar is voltooid(!): werken, zorgen en ook nog een lidmaatschap van de gemeenteraad. Gelijke rechten en plichten voor mannen en vrouwen is een groot goed, maar laat de geemancipeerde samenleving zelf uitmaken welke taken zij voor hun rekening willen nemen.
Wim Orbons is voormalig bestuurder van gezondheidszorgorganisaties

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 3


Reacties:

Was het maar zo dat de Nederlandse vrouwen graag wilden moederen. Dan
zouden er echt wel wat meer kinderen geboren worden dan de gemiddelde 1.7
per vrouw nu.

Door dat te lage aantal kinderen per vrouw zijn de Nederlanders een
verdwijnend volk. Een ander gevolg daarvan is dat er nu in verhouding
veel te veel 65+`ers zijn en komen (de grijze golf).

Zelf geef ik onderwijs aan (vooral) jonge vrouwen (studentes) en die
dromen dus van heel veel, maar niet van het verzorgen van een kinderrijk
gezin.

Dat idee van graag moederen is dus (jammer genoeg) echt onzin

Mik van Es, Eelde - maandag, 18 september 2006


L.S.

Het wordt nu eindelijk eens tijd dat onze bemoeizieke regering en
volksvertegenwoordiging eens in gaat zien dat vrouwen die er voor hun
gezin zijn(tenminste voorzover dat financieel nog haalbaar is)een
onbetaalbare bijdrage en investering leveren aan de samenleving van de
toekomst. Tweeverdieners zullen ongetwijfeld economisch gezien extra geld
in het laadje brengen. Maar dat gaat er door de achterdeur met kruiwagens
vol weer uit naar o.a. de Jeugdzorg en maatschappelijk werk. Het CDA zegt
notabene voor het gezin te zijn, maar wil tegelijkertijd meer geld
beschikbaar stellen voor kinderopvang. Dat kan alleen maar gezinsafbraak
betekenen.Het kan verkeren.
De bonden hebben in het verleden veel werk verzet om de vrouw uit het
arbeidsproces vandaan te halen en de kostwinner een behoorlijk loon te
laten verdienen om het gezin goed te kunnen onderhouden. Helaas zijn er
tegenwoordig nog maar weinig vrouwen die in deze bevoorrechte positie
verkeren. De vrouw is weer slaaf van de economie geworden. Eerlijk is
eerlijk, Het begint er op te lijken dat de SGP de meest gezins en
vrouwvriendelijke partij is geworden. De subsidie die deze partij vanwege
hun vrouwenstandpunt misloopt zal op den duur ook wel opgaan aan de
Jeugdzorg. En dat is helaas dweilen met de kraan open.

Haaije de Jong, Oosterzee - dinsdag, 4 april 2006


Geachte redactie,
Ik ben met de heer Orbons volkomen eens.
In de voormalige Oostbloklanden werden vrouwen - vanuit de visie van het
marxisme - gedwongen om te gaan werken. Kinderopvang werd zwaar
gesubsidieerd: in de kleuterklassen kregen - en krijgen - kinderen bijv.
5 keer per dag eten, waarvan 2 warme maaltijden, er was gelegenheid voor
een middagslaapje, school- en werktijden werden aangepast... met het
gevolg dat vrouwen wel massaal gingen werken, in Hongarije is de
arbeidsparticipatie van vrouwen volgens mij het hoogste in Europa. Maar
het is helaas geen kwestie van logistiek, bij een moeder-kind relatie
komt liefde om de hoek kijken: steeds minder vrouwen krijgen geen
kinderen, ondanks de mogelijkheden tot kinderopvang. De geboortecijfers
zijn zo laag in Hongarije, dat over tweehonderd jaar de laatste Hongaar
wordt geboren... Laat Nederland leren van dit trieste gegeven, en grote
gezinnen te steunen, dan komt het goed met de economie en met de toekomst
ook!

Z.Dumon-Kelemen, Groningen - maandag, 3 april 2006


analyse
Familieberichten
Advertenties