De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
woensdag 22 november

Achtergrondmaandag, 27 februari 2006

Hoge straffen, nieuwe problemen

De laatste jaren is het aantal veroordelingen tot een levenslange gevangenisstraf explosief gestegen. In de regel wordt de straf opgelegd in (meervoudige) moordzaken. In 2004 waren het zes veroordelingen, vorig jaar negen, een absoluut record. Ter vergelijking: tussen 1945 en 1981 werd het levenslang slechts twee keer uitgesproken, tussen 1982 en 1991 drie keer. Momenteel zitten in Nederland dertig mensen levenslang vast, van wie achttien onherroepelijk. De andere twaalf zijn nog aan het procederen.

PETER ELBERSE
Levenslang werd nogal eens opgelegd omdat de maximale tijdelijke straf, twintig jaar, niet voldeed. De roep vanuit de Tweede Kamer om het gat tussen het tijdelijke maximum en levenslang te dichten, werd beloond met nieuwe wetgeving. Vanaf 1 februari dit jaar is voor een aantal delicten, waaronder moord, het tijdelijke maximum verhoogd van twintig naar dertig jaar celstraf.
Daarmee zal het aantal veroordelingen tot levenslang afnemen, verwacht advocaat Wim Anker uit Akkrum, gespecialiseerd in zaken waarbij levenslange gevangenisstraf op de loer ligt. ,,De rechter heeft nu een alternatief’’, zegt hij. En dat is maar goed ook, vindt de raadsman, want vooral ook de rechter heeft geworsteld met het gat tussen twintig jaar en levenslang. Niet in de laatste plaats omdat het gat groter is dan op het eerste gezicht lijkt. Een straf van twintig jaar komt neer op ‘netto’ 13,4 jaar - in beginsel komt iedere veroordeelde in aanmerking voor vervroegde invrijheidsstelling, als twee derde van de straf erop zit. En levenslang is ook daadwerkelijk levenslang, tenzij er gratie wordt verleend. Dit is hoogst uitzonderlijk.
,,Ik las die worstelingen in vonnissen’’, zegt Anker, ,,ze staan soms bijna letterlijk op papier. Je ziet dan dat een rechtbank of gerechtshof twintig jaar heeft overwogen, maar dat 13,4 jaar geen recht doet aan de feiten. Dus wordt het levenslang.’’ Met de nieuwe wetgeving, verzucht de vermaarde strafpleiter, ,,hadden mensen uit mijn praktijk levenslang kunnen ontlopen.’’ Toch ziet hij grote bezwaren in het gedichte strafgat.

Vrees

Anker: ,,Mijn eerste vrees is dat voor moord wellicht zwaardere, tijdelijke straffen zullen worden opgelegd. Het Openbaar Ministerie en de rechter kijken natuurlijk ook naar de maxima. De wetgever heeft nu gekozen voor dertig jaar. Ik hoop dat de praktijk niet zo zal worden dat voor een enkelvoudige moord in pak ’m beet Zutphen of Vlissingen straks 25 jaar wordt geeist.’’
,,De kans bestaat dat het hoge maximum een opstuwende werking zal hebben. De marge is vergroot, het gemiddelde kan omhoog. Vooral ook omdat er al sprake is van een verharding van het strafklimaat; er wordt de laatste jaren al zwaarder gestraft dan voorheen. Ik zou het echt betreuren als een moord die is gepleegd op 31 januari twaalf jaar cel oplevert en een moord van 2 februari achttien jaar. Formeel kan dat. En formeel is er níets tegen in te brengen.’’
Er zijn nog meer bezwaren, legt Anker uit. ,,Niet alleen het tijdelijke maximum voor moord is verhoogd, het gaat om een reeks misdrijven waarbij het maximum van twintig naar dertig jaar is gegaan. Met het verhogen van de maxima in bepaalde gevallen ontstaat het gevaar dat de samenhang uit het Wetboek van Strafrecht verdwijnt.’’
Het duidelijkst blijkt dat uit het met de nieuwe wetgeving ontstane strafverschil voor moord en doodslag. ,,Doodslag is maximaal vijftien jaar gebleven’’, zegt Anker. Het verschil tussen moord en doodslag komt in de rechtszaal veelvuldig aan de orde. Heeft de verdachte een vooropgezet plan gehad om iemand te doden (moord) of heeft hij min of meer vanuit een impuls gehandeld (doodslag)?
Het hoogste rechtscollege in Nederland, de Hoge Raad, heeft de lijn tussen moord en doodslag ,,uitermate dun’’ gemaakt, meent Anker. Het is vaak een dubbeltje op zijn kant. Maar het verschil tussen de bestraffing van het ene en het andere delict is met nieuwe wetgeving zeer aanzienlijk geworden. ,,Als de wetgever reageert op een incident of de wet wijzigt voor een bepaald doel, zoals nu om het gat te dichten, loop je het risico dat er qua wetgeving een soort lappendeken ontstaat. Het is griezelig om sommige delicten op te tillen, de samenhang verdwijnt.’’

Combinatiestraf

En dan is er nog een probleem: de combinatiestraf, cel en daaropvolgend behandeling in een tbs-kliniek. Tot voor kort was de praktijk dat iemand die een gevangenisstraf plus de tbs-maatregel kreeg opgelegd, na het uitzitten van een derde van zijn celstraf naar een tbs-kliniek verhuisde voor behandeling. De zogeheten penitentiaire maatregel schrijft dat voor. Door ernstig capaciteitsgebrek in de tbs-klinieken staat die regeling zwaar op de tocht, om niet te zeggen dat zij in de praktijk niet meer bestaat.
Volgens Anker was er al veel discussie over de vraag of het zin heeft een ‘zieke geest’ eerst jarenlang in een cel te stoppen, alvorens over te gaan tot behandeling. ,,Die discussie wordt nu alleen maar pregnanter.’’
Anker, hoofdschuddend: ,,Deze wetgeving zal betekenen dat een zogeheten combi van dertig jaar en tbs neerkomt op eerst twintig jaar zitten. Zal er dan nog sprake zijn van een vruchtbare behandeling van zo iemand? Dat bestaat niet. Zo’n man kun je dan alleen nog maar begeleiden. Dat kán niet de bedoeling zijn.’’
Peter Elberse is verslaggever van persbureau ANP

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties