De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
donderdag 24 mei

Hoofdartikeldinsdag, 15 november 2005

Levensloopregeling…
Werknemers kunnen sparen voor verlof dat ze naar eigen keuze kunnen opnemen. Dat is, versimpeld, de kern van de levensloopregeling die per 1 januari 2006 zal ingaan. Verzekeringsmaatschappijen adverteren deze weken volop voor de regeling, ze kunnen er geld aan verdienen.
De regeling is betrekkelijk ingewikkeld, mede omdat ze wordt ingevoerd naast het spaarloon en omdat er over de invoering nog afspraken moeten worden gemaakt in cao’s. En daarin moet ook al rekening worden gehouden met de nieuwe wao en de pre-pensioenafspraken.
De gedachte achter de levensloop is een interessante. Veel werknemers zijn gebonden aan ‘oude’ opvattingen over carričre, vrije tijd, rolpatronen tussen mannen en vrouwen, en opbouw van oudedagsvoorzieningen. Die zorgen er voor dat werken vaak in gespannen verhouding staat met andere aspecten van het bestaan, bijvoorbeeld zorg voor kinderen of zorg voor ouders. Juist als ouders het meest aanwezig moeten zijn als opvoeders, als kinderen klein zijn, vraagt de carričreopbouw van het werk de meeste aandacht. De econoom Lans Bovenberg, de levensloopideoloog bij uitstek, heeft vaak betoogd hoe het grootste kapitaal van de samenleving wordt gevormd door de kinderen. Dat kapitaal vraagt om behoedzame zorg, zodat het optimaal ‘rente’ opbrengt, in het belang van individuen en van de samenleving. Een levensloopregeling maakt het mogelijk in de door de werknemer gewenste periode van zijn leven, vooral zelf beslissingen te nemen omtrent de invulling van het bestaan, zonder dat die beslissingen grote, onomkeerbare gevolgen hebben voor de carričre.
Er zijn allerlei bezwaren te noemen tegen de voorgestelde regeling. Een van de grootste is de machtspositie van de werkgever. De werknemer kan nog zo graag een bepaalde periode minder willen werken of verlof willen opnemen, als de werkgever het niet wil, dan gebeurt het niet. Tenminste, als de werkgever goede gronden aangeeft voor de weigering. Maar ‘bedrijfsbelang’ is gauw genoemd en wat kan daar tegen op? Er zijn wel meer bezwaren te noemen. De financiering, bijvoorbeeld. De werknemer moet zijn eigen verlof betalen. Ook al zijn er fiscaal gunstige omstandigheden voor het sparen van verlof, je moet het wel kunnen opbrengen. Ofwel: wie kan bijvoorbeeld tien procent van zijn salaris sparen voor verlof?
…en het nieuwe denken
Er zijn nog wel meer nadelen van de levensloopregeling te bedenken. En het heeft geen zin die te ontkennen. Wat wel zin heeft, is te proberen de regeling te zien als bouwsteen in andere verhoudingen tussen werknemers en werkgevers. Want dat die verhouding anders moet, staat vast. De huidige verhoudingen zoals die worden uitgedrukt in bijvoorbeeld cao’s of in ‘positiespel’ bij arbeidsconflicten zoals stakingen, zijn achterhaald. De wijze waarop in ons land werknemers en werkgevers met elkaar omgaan, is conservatief, nog steeds in de sfeer van oude opvattingen over mens, kapitaal en arbeid. Dat geldt in collectief verband en dat geldt in individuele omstandigheden. Wat te denken bijvoorbeeld van de gedachten achter de wettelijke regelingen voor inspraak, zoals de wet op de ondernemingsraad. Aan die wet liggen tegenstellingen ten grondslag, met name die tussen werkgever en werknemer. In veel gevallen zijn die er ook – zeker in puur commerciële bedrijven, die alleen bestaan om de portemonnee van een enkeling (de aandeelhouders) te vullen. Maar er zijn talloze bedrijven waarin de werkgever/eigenaar zijn bedrijf ook ziet als instrument om zijn verantwoordelijkheid als mens te beleven. In zulke omstandigheden zijn ‘baas’ en ‘ondergeschikte’ niet elkaars natuurlijke vijanden, maar partners. Die gedachte krijgt steeds meer aandacht bij mensen die nadenken over nieuwe verhoudingen in de bedrijven. Vormen van participatie en gedeelde verantwoordelijkheid zijn mogelijke uitwerkingen van dat ‘nieuwe denken.’
De levensloopregeling moet niet alleen op zichzelf worden beoordeeld; ze is ook een ‘oefening’ voor anders denken over verhoudingen tussen mens, kapitaal en arbeid. Dit uitgangspunt maakt de regeling niet beter of slechter, maar beďnvloedt wel de wijze waarop er over wordt gesproken. Iedereen, werknemer, werkgever, is gebaat bij een positieve houding ten opzichte van de regeling, al was het maar om daardoor vruchtbaarder te kunnen denken over en werken aan andere, nieuwe verhoudingen in de bedrijven en in de samenleving.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties