De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 21 mei

Dossierdinsdag, 15 november 2005

De noodzaak van rafelranden
Mik Schots & Jan Luitzen
In zijn recent verschenen boek De dubbele schaar laat schrijver en journalist Bert Wagendorp in vier verhalen zien hoe innerlijke drijfveren topsporters tot ongekende hoogte kunnen stuwen. In een gesprek over zijn verhalenbundel stelt Wagendorp vast dat de meeste sporters in Nederland de drive missen om de ultieme topsportprestatie te leveren. Bovendien wordt de sportjournalistiek in Nederland – helaas – nog steeds niet als een volwaardig genre beschouwd.
In het openingsverhaal van De dubbele schaar toont Bert Wagendorp zijn Friese roots. De verteller van het verhaal, de talentvolle verspringer Abe Joustra, moet vanwege een blessure zijn carričre voortijdig beëindigen. In 1968 besluit hij vanuit zijn woonplaats Grand Rapids af te reizen naar Mexico City om bij het onderdeel verspringen te ‘kijken waar ik had kunnen zijn’. Waarop zijn vader die in 1946 met zijn gezin naar Amerika is geëmigreerd, droogjes constateert: ‘Dan moast ek nochris nei Frentjser.’ Oftewel: ‘Dat je dan ook nog even naar Franeker moet. Waar je vandaan komt. Ik bedoel, waar ik vandaan kom. Daar had je ook kunnen wonen.’ In Mexico City is Abe er getuige van dat een ‘zwijgzame, zwarte jongen’ een wereldrecord verspringen laat noteren van 8,90 meter. ‘Alle natuurwetten spraken het tegen, maar ik zag onmiddellijk dat hij de gave bezat waar elke verspringer naar snakt. Hij zweefde.’ Niet zo verwonderlijk volgens Abe, want een dronkelap van een stiefvader met losse handjes en een jong aan tbc overleden moeder waren ‘allemaal zaken waar je van ging zweven’. Spijtig constateert Abe dat ‘die brave zondagsschool’ hem lelijk was opgebroken. ‘Ik had eigenlijk helemaal geen goede redenen gehad om me los te maken van de aarde.’
Wagendorps boek bevat verder nog verhalen over een wereldkampioen schaatsen in 1961, de Engelse voetballegende Stanley Matthews en de winnaar van de Tour de France uit 1989. In ieder verhaal is sprake van een sportieve en/of menselijke ommekeer – van een soms katharsisachtige dimensie – die in werking wordt gezet door sterke gevoelens van angst, jaloezie, wraak of zucht naar vaderlijke erkenning. De topsporters die de hoofdpersonen in Wagendorps boek zijn, hebben de prestaties echt geleverd, maar in de verhalen worden ze – op Matthews na - niet bij name genoemd en de drijfveren worden hen deels toebedacht. Tegenover elke sporter staat bovendien een vertellende ik-persoon die in de verhalen een geheel eigen ommekeer meebeleeft en redeneringen opzet die de sport overstijgen en de grens tussen nonfictie en fictie doen vervagen. In het verhaal over de dubbele schaar van Stanley Matthews staat het volgende: ‘De schijnbeweging, iets mooiers bestaat er niet. In de schijnbeweging liggen hoop en belofte, in de echte beweging is de droom alweer voorbij.’
Erkenning
De schijnbeweging, het zou wel eens het belangrijkste stijlmiddel van de columnist Wagendorp kunnen zijn, maar in ons gesprek over De dubbele schaar gaat het vooral over erkenning. Gebrek aan erkenning van het maatschappelijk belang van sport leidt in Nederland tot onderwaardering van de sportjournalistiek en tot een té weinig kritische uitvoering daarvan. Volgens Wagendorp worden sporters met te veel ingebakken respect benaderd en de waan van de dag overheerst in de berichtgeving over sport. Er zou juist meer gedegen onderzoeksjournalistiek gepleegd moeten worden, met als doel om misstanden binnen de sport en de ware drijfveren van sporters naar buiten te brengen. In Engeland en Amerika mag je sport geweldig vinden en bestaat er op dat gebied een gedegen literair-journalistieke traditie, in Nederland blijft sport iets frivools en vrijblijvends hebben. Maar, zo stelt Wagendorp voor alle duidelijkheid: ‘Als het Nederlands elftal een belangrijke wedstrijd speelt, zitten er wel bijna tien miljoen mensen aan de televisie gekluisterd.’
Op individueel niveau kan gebrek aan erkenning haast existentiële twijfel over de eigen capaciteiten veroorzaken, zo wordt duidelijk in het verhaal De dubbele schaar . De vertellende ‘ik’, een journalist, wijkt uit naar Engeland ‘omdat ik het wel gezien had met mezelf. Ik was de angsten, twijfels en onzekerheden die door mijn kop dwarrelden zat. Ik dacht dat het wel zou helpen als ik naar een nieuw land verkaste.’
Zelfs de meester van de dubbele schaar op het voetbalveld, de Engelse superster uit de jaren ’40 en eerste Europees voetballer van het jaar, Stanley Matthews, had, ondanks zijn waanzinnige populariteit, last van gebrek aan erkenning. Hij liet in zijn biografie optekenen dat zijn stugge vader hem op diens sterfbed had gesmeekt eenmaal de allerbelangrijkste wedstrijd, de Cup Final, te winnen. Maar op zijn 81e bekende hij met betraande ogen aan de journalist: ‘Hij heeft nooit met één woord over een wedstrijd van me gesproken. Pas veel later, toen mijn vader al lang was overleden, hoorde ik van mijn broer dat hij zelden een wedstrijd van me heeft gemist. Dat maakte het allemaal nog erger. Nooit één woord.’ Wagendorp laat Matthews hieraan de drive ontlenen om in 1953 op zijn 38e alsnog de Cup Final te winnen. Als de zucht naar erkenning ingrijpend genoeg is, leidt hij tot de onverzettelijke wil om te winnen.
De journalist in De dubbele schaar schrijft een gepassioneerd stuk over de ontmoeting met Matthews in de krant en krijgt een telefoontje van zijn eigen vader die laconiek meldt dat hij het een mooi verhaal vond. ‘Ik viel van verbazing bijna van mijn stoel. Het was de allereerste keer dat mijn vader me belde om me te complimenteren met een stuk dat ik had geschreven.’
Wraak
Zonder innerlijke drijfveren als angst, jaloezie en wraak is het onmogelijk om tot winnende topprestaties te komen. Zij zorgen voor de noodzakelijke bezetenheid en opoffering – haast religieuze waanzin – die alleen de allergrootste sporters in voldoende mate tonen en waardoor sport een obsessie wordt, die geen enkele relativering toestaat.
In het verhaal Het Beest staat het als volgt beschreven: ‘Als het erop aankomt, gaat het in de sport altijd om wraak. Niet om het eerlijke gevecht op het scherpst van de snede, of van die flauwe praatjes. De kampioen zoekt wraak. Op tegenstanders die hem hebben vernederd, op de wedstrijd die hem heeft gesloopt, of op zichzelf, de slappe dweil die het steeds heeft laten afweten.’ En dat is precies waarom de meeste Nederlandse sporters op het beslissende moment afhaken. Ze hebben te weinig te wreken. ‘Het zijn jongetjes zonder rafelrand,’ aldus Wagendorp.
Toekomst
Ondanks Wagendorps passie voor sport is hij geen gemankeerde sporter. ‘Als ik over de Tour de France droom, word ik altijd vijfde.’ Evenmin acht hij het schrijven van pure fictie van een hogere orde dan het journalistieke werk of zijn aanpak in De dubbele schaar . Wel zou het een logische volgende stap zijn om zich te wagen aan een roman of verhalenbundel zónder het anker van de nonfictie, omdat dat weer een creatieve stap verder zou zijn.
Hij sluit het niet uit en er zijn bovendien verzoeken in die richting, maar hij doet niet aan carričreplanning. Zoals hij als columnist in De Volkskrant onverwacht werd gevraagd om Jan Mulder op te volgen naar aanleiding van de kadertjes die hij dagelijks schreef over de Olympische Spelen, is ook het vervolg van zijn activiteiten mede afhankelijk van de omstandigheden die zich voordoen. Volgens Wagendorps eigen logica is het echter eerder de vraag of zijn eigen randen rafelig genoeg zijn voor het schrijven van een roman.
De dubbele schaar – Bert Wagendorp. De Geus, 191 pagina’s, € 17,90, ISBN 90-445-0541-6
Bert Wagendorp
1956 Geboren in Groenlo
1964 Verhuizing naar Lemmer
1974-1982 Studie Nederlands in Groningen
1982-1985 reclamecopywriter
1985-1994 Sportverslaggever bij de Leeuwarder Courant en De Volkskrant
1995 De proloog (roman)
1996-2000 Correspondent in Londen voor De Volkskrant
Sinds 2000 Algemeen verslaggever en columnist
Sinds 2002 Redacteur van wielertijdschrift De Muur
2004 Tussen Bordeaux en Alpe d’Huez (geschiedschrijving)

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

dossier
Familieberichten
Advertenties