dinsdag 9 februari

Regiodinsdag, 18 oktober 2005
Kunst op het platteland: nergens te vinden, behalve rond Scherpenzeel (Gld)
Instantkunst op balen veevoer
ria kraa
Scherpenzeel – Waarom is landbouwplastic om rollen gemaaid gras altijd zwart of in het beste geval groen of gestreept? Waarom maken fabrikanten daar niet wat meer werk van en kunnen boeren niet fijn kiezen uit verschillende ontwerpen en mooie patroontjes en kleuren? Die grote bollen liggen immers maandenlang hoog opgetast bij de boerderij, en elke voorbijganger kijkt er tegenaan, of hij wil of niet.
Het is maar een idee – en het komt van Meta Daniëls van Stichting Landgoed Scherpenzeel. Ze zat in een tijdelijk clubje dat ervoor heeft gezorgd dat er rondom dit vrijwel kunstloze dorp opeens een heleboel spannends te beleven viel op het gebied van visueel genot.
Kunst op het platteland is een schaars goed, en rond Scherpenzeel helemaal. In de hele gemeente staan welgeteld drie kunstwerken (een oorlogsmonument, een monument ter nagedachtenis aan de wederopbouw en een ‘modern vormgegeven hand’). Burgemeester Hans Colijn ervoer al enige tijd tandenknarsend dat ,,kunst in deze hardwerkende gemeente op de laatste plaats komt. Mensen geven alleen geld uit aan nuttige dingen.’’ Hoog tijd voor wat geestelijke verrijking, voor ietsje meer lust voor het oog en een opkikker voor hart en ziel, vond ze. Dat had de gemeente wel verdiend na de zware jaren – Scherpenzeel ligt in het zuidwestelijke puntje van de Gelderse Vallei, een streek die zwaar werd getroffen door mond- en klauwzeer en vogelpest. Toen Colijn vernam dat het Rijk een proefproject ‘kunst op het platteland’ wilde meefinancieren, sprong ze er meteen bovenop. Er kwam een begeleidingscommissie, een kunstenaar presenteerde een hele rits ideetjes, de boeren werden er met de haren bij gesleept en voor de dorpelingen het goed en wel in de gaten hadden, stonden ze zelf met een kwast in de hand midden in een weiland plastic te beschilderen. Niet dat ze zelf meteen enthousiast hadden gereageerd op een oproep in de plaatselijke krant (‘kunstenaars gevraagd’; daar kwamen alleen de dames op af die in de omgeving historische wandelroutes uitzetten) maar toen de mensen van de begeleidingscommissie hen persoonlijk kwamen benaderen, zei niemand nee.
En zo stijgt er nu, ergens naast een afgelegen kruispunt, opeens een manshoge varkenskop uit de modder omhoog, en een eindje verderop zijn krulstaart. Uitgevoerd in dik, hufter- en graffitibestendig plaatstaal met een roze poedercoating. Langs de Barneveldsestraat staat een clustertje opengewerkte ei-contouren ook van dik plaatstaal, om de voorbijgangers te laten zien waar het vooral om draait in deze contreien: pluimvee. Ook op grote hoogte is kunst te zien: een boer liet zijn vijf silo’s coaten met kleurrijke cirkels en eivormige contouren.
Maar de topper wordt toch wel gevormd door de ronde plastic balen veevoer. Want wat moet je toch met die vervreemdende elementen in het landschap, die zo’n heel ander effect hebben dan schoven of strobaaltjes. Als ze er toch liggen, benadruk dan meteen hun apartheid, was de gedachte. En zo lieten zeven boeren die opgestapelde balen, die als één grote plastic klont in een weiland liggen, beschilderen naar eigen voorkeur. De meesten wilden iets met koeien, maar er is ook een verrassend bruiloftstafereel te zien (de dochter van de betreffende boer trouwde) en een hele serie boombladeren met hun benaming en er is zelfs iets abstracts, met geometrische vormen.

Proeflapjes

Het was nog een hele kunst voor kunstenaar Hanni Stolker. Gewone verf hield niet. Wat nu? Ze smeerde verschillende verven op verschillende proeflapjes kuilplastic en hing die aan een waslijntje in weer en wind. Uiteindelijk ontdekte ze het ideale mengsel. Dat bleef het zelfs in de diepvries houden.
Niet dat die balen de winter nog moeten doorstaan. Het kostte een paar duizend euro om ze allemaal te beschilderen, maar in november is het gedaan met deze instantkunst. Die balen zijn er tenslotte om de koeien te vreten te geven. Maar de beelden van eieren en het varken ( ’t Keu in goed Scherpenzeels), en de silo’s, die blijven nog jaren.
Er komen normaliter niet veel toeristen in Scherpenzeel, maar boer Dick Geurts, die namens LTO Noord in de begeleidingsgroep zat en die zo’n beetje naast ’t Keu woont, zag deze zomer ,,duizenden fietsers’’ voor zijn erf langstrekken die een tochtje maakten langs alle kunstwerken.
Van het project is door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit een boekje gemaakt dat in brede oplage is verspreid van Limburg tot Fryslân. Opdat het hele Nederlandse platteland straks nog meer een ‘groene schouwburg’ (woorden van minister Veerman) is dan nu.
Het is de vraag of het Rijk nog eens zo’n project zal initiëren, laat staan bekostigen in bijvoorbeeld een Friese gemeente die ook wat leuks wil. ,,We zijn er wel over aan het nadenken’’, zegt Alberthe Papma van LNV. ,,Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is ook geďnteresseerd.’’ Vooral het feit dat boeren bij planvorming en uitvoering betrokken waren, is op het ministerie als ,,heel bijzonder en motiverend’’ ervaren.

Fertel in freon | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:


regio
Advertenties
warmtepompen