De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 18 november

Achtergronddinsdag, 21 december 2004

De beste Verenigde Naties die we hebben
ARIE KUIPER
Kerstmis staat voor vrede op aarde, en alle mensen van goede wil verlangen ernaar. ‘Ze zijn al zo lang onderweg naar de vrede toe, daarom zijn de mensen zo moe’, zong Jules de Corte. En inderdaad, de oorlogen in deze wereld stapelen zich nog steeds op, al mogen wij ons gelukkig prijzen dat Europa, afgezien van de Joegoslavische burgeroorlog, al bijna zestig jaar vrede kent.
De organisatie die na de Tweede Wereldoorlog definitief vrede op aarde zou brengen, voor alle landen, zijn de Verenigde Naties. Oorlog zou voor altijd worden uitgebannen, daar zou de Veiligheidsraad voor zorgen. In het Handvest van de VN staat in de preambule dat ‘wij, de volken van de Verenigde Naties, vastbesloten zijn komende geslachten te behoeden voor de gesel van oorlog die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht’. Ook wordt in de preambule gesproken over handhaving van de rechten van de mens, gelijke rechten voor mannen en vrouwen en nog meer fraaie zaken. Daar is dus niet veel van terechtgekomen.
Ook na de Eerste Wereldoorlog werd een poging gewaagd de volken te verenigen. De Verenigde Staten, die zich in deze oorlog stortten omdat het Duitse keizerrijk van Wilhelm II de totale duikbotenoorlog had afgekondigd, noemden de Eerste Wereldoorlog the war to end all wars , de oorlog die een eind aan alle oorlogen zou maken. President Woodrow Wilson voerde de oorlog onder het motto to make the world safe for democracy , de wereld veilig maken voor democratie en, geloof het of geloof het niet, in die traditie staan de huidige president George W. Bush en de Amerikaanse ‘neocons’, de neoconservatieven, die het gehele Midden-Oosten dwingend democratie willen opleggen en daarmee met de oorlog in Irak zijn begonnen. Dat lukt niet erg, dat is duidelijk, maar het was, en is, wel de bedoeling.
Toen Duitsland in 1918 was verslagen eiste president Wilson de oprichting van een League of Nations, die wij de Volkenbond noemen. Vooral de cynische Fransen zagen daar niets in, die wilden alleen maar wraak op Duitsland en gigantische herstelbetalingen. Wilson drukte echter door en de Volkenbond kwam er, gevestigd in Genève. Maar tot Wilsons verbijstering torpedeerde de Senaat van de VS het Amerikaanse lidmaatschap. Amerika keerde terug naar het isolationisme.
Ook om andere redenen was de Volkenbond vrijwel vanaf het eerste begin een doodgeboren kind. Duitsland, waar Adolf Hitler en zijn nazi-bende in januari 1933 aan de macht waren gekomen, verliet acht maanden later de organisatie. Drie jaar later bleek de machteloosheid van de Volkenbond toen het Italië van de fascistische dictator Benito Mussolini het Afrikaanse land Abessinië (tegenwoordige naam: Ethiopië) binnenviel en de in Genève samenwerkende naties niet in staat bleken daar iets tegen te ondernemen, ondanks een emotionele toespraak van keizer Haile Selassie in de grote vergaderzaal.
Na de Tweede Wereldoorlog werd een nieuwe poging gedaan de oorlog uit te bannen. Het probleem was dat de wijze waarop dat moest gebeuren werd gedicteerd door de vijf overwinnaars, de vijf landen die Duitsland en Japan hadden verslagen: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, China, Groot-Brittannië en Frankrijk. Zij kregen een permanente zetel in de Veiligheidsraad die verder uit tien wisselende leden bestaat. De vijf groten (de groten van 1945 dan) kregen niet alleen een permanente zetel maar bovendien het vetorecht. Een besluit kan alleen worden genomen als niet één van de vijf groten tegenstemt. Men kan zeggen dat dit een dwaas systeem is, en in feite is het dat ook, maar het is duidelijk dat zonder het vetorecht van de vijf groten er geen Veiligheidsraad en waarschijnlijk ook geen Verenigde Naties zouden zijn geweest. De grote landen piekerden er eenvoudig niet over zich door allerlei kleine landen de wet te laten voorschrijven.
Vanaf het begin ging het mis. In de eerste plaats werd de macht in China in 1949 overgenomen door de communisten van Mao Zedong (Mao Tse Tung), maar het verdreven regime van de Kwomintang, dat was uitgeweken naar het eiland Taiwan - dat vroeger Formosa werd genoemd - bleef de Chinese zetel in de Veiligheidsraad bezetten. Ook kreeg de Chinese Volksrepubliek geen zetel in de Algemene Vergadering. Pas onder de Amerikaanse president Richard Nixon, die samen met zijn minister van buitenlandse zaken de beroemde ‘opening naar China’ maakte, kwam daar een eind aan.
Een tweede probleem was dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zich kort na de Tweede Wereldoorlog in de Koude Oorlog stortten en elkaar diep wantrouwden. Dat leidde tot verlamming van de Veiligheidsraad waar elk initiatief door een Sovjet-veto werd gesmoord. En de Algemene Vergadering, waarin alle ledenlanden een zetel kregen (er zijn nu 191 leden), was per definitie machteloos. De Algemene Vergadering neemt wel veel resoluties aan, maar die zijn niet verplichtend. Bovendien heeft de Algemene Vergadering zich vaak schuldig gemaakt, en soms doet zij dat nog steeds, aan anti-westerse en vooral anti-Israëlische retoriek. De vroegere Israëlische minister van buitenlandse zaken Abba Eban heeft eens gezegd dat als iemand in de Algemene Vergadering zou voorstellen de Tien Geboden af te schaffen, alleen omdat die van joodse oorsprong zijn, dat voorstel onmiddellijk zou worden aangenomen.
Het is duidelijk dat de huidige samenstelling van de Veiligheidsraad een anomalie is. Dat Groot-Brittannië en Frankrijk een permanente zetel bezetten, compleet met vetorecht, slaat nergens meer op. Landen als India, Brazilië, Nigeria, Japan, Duitsland en andere hebben daar minstens even veel recht op. Hier wreekt zich het feit dat de machtsverhoudingen van 1945 voor altijd zijn vastgelegd.
Wat minstens noodzakelijk is, is dat de Europese Unie één permanente zetel krijgt (die dan desnoods wisselend door de grote landen wordt bezet) en dat Azië en Afrika ook een permanente zetel krijgen. Maar veranderingen zijn moeilijk, want daaraan moet de Veiligheidsraad zelf meewerken en tot die medewerking zijn in elk geval Londen en Parijs niet bereid.
Een grote klap voor de VN is de Amerikaanse oorlog in Irak die de Verenigde Staten voeren zonder toestemming van de Veiligheidsraad. President George W. Bush heeft duidelijk gemaakt dat de VN in zijn ogen een irrelevante organisatie worden als zij de VS niet steunen in de oorlog tegen terreur. Maar hoe men het wendt of keert, een al dan niet preventieve aanvalsoorlogen is volgens het Handvest van de VN alleen geoorloofd met toestemming van de Veiligheidsraad, en die toestemming had Amerika niet.
De rest van het verhaal is bekend. De Amerikanen hebben in Irak géén massavernietigingswapens gevonden. Ook aanwijzingen, laat staan bewijzen, dat Saddam banden onderhield met al-Qaeda, zijn er nooit geweest. Kortom de Verenigde Staten zijn Irak om de verkeerde redenen binnengevallen en elke krantenlezer en tv-kijker weet dat zij zich daar inmiddels stevig in de nesten hebben gewerkt. Hoe men daar verder ook over denkt, het is duidelijk dat president Bush met zijn preventieve en niet door de Veiligheidsraad goedgekeurde aanval op Irak een gevaarlijk precedent heeft geschapen en de Verenigde Naties in een diepe crisis heeft gestort.
Om uit de impasse te geraken heeft een door secretaris-generaal Kofi Annan ingestelde commissie aanbevolen het begrip defensieve oorlog aan te scherpen. Artikel 51 van het Handvest bepaalt dat staten alleen geweld mogen gebruiken indien zij worden aangevallen of indien de dreiging van een aanval acuut is. Zelfverdediging dus. Maar, zegt de commissie, vrede en veiligheid in de wereld worden tegenwoordig niet alleen bedreigd door aanvalsoorlogen, maar ook door terrorisme, grootschalige schendingen van de mensenrechten en de ontwikkeling van massavernietigingswapens. Daarom moet de Veiligheidsraad zichzelf toestaan akkoord te gaan met wat de commissie ‘anticiperende zelfverdediging’ noemt. Met andere woorden, preventieve militaire actie kan soms geboden zijn. Dat omvat ook inmenging in wat formeel een binnenlandse aangelegenheid is, zoals toen de Tutsi’s in Rwanda door de Hutu’s werden afgeslacht, een genocide (circa een miljoen slachtoffers) waartegen de internationale gemeenschap niets heeft ondernomen.
De commissie pleit ook voor uitbreiding van de Veiligheidsraad met acht of negen leden, deels wisselend, deels permanent. Maar de commissie wil het bestaande vetorecht van de vijf landen die daarover nu beschikken handhaven. Een lapmiddel dus. Kennelijk ziet de commissie geen mogelijkheid het egoïsme van de vijf (elk voorstel tot verandering zou onmiddellijk door minstens Groot-Brittannië of Frankrijk met een veto worden getorpedeerd) te doorbreken.
Kortom, het blijft tobben met de VN. Maar toch, vele VN-instellingen (Unicef, Wereldvoedselprogramma, de voedsel- en landbouworganisatie FAO, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen en andere) doen voortreffelijk werk. Ook zijn er geslaagde vredesmissies geweest, waarbij die in Cambodja van begin jaren negentig eruit springt. En de Veiligheidsraad, als bewaker van de vrede, hoe gebrekkig ook, en zelfs de Algemene Vergadering, als platform van de wereldopinie, spelen ondanks alles een belangrijke rol, zeker als de hervormingsvoorstellen van Kofi Annans commissie door de leden worden aanvaard. Latere generaties zullen er wellicht in slagen de Verenigde Naties en vooral de Veiligheidsraad meer handen en voeten te geven. Intussen moeten wij de organisatie koesteren als de beste Verenigde Naties die we hebben.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties