De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 21 april

Achtergrondwoensdag, 15 december 2004

Klimaatverandering is al begonnen

,,Klimaatverandering lijkt iets voor de toekomst. Dat is het niet’’, zegt Osvaldo Bonino. Hij kan het weten. Bonino ondervindt de gevolgen aan den lijve.

MARCELA VALENTE
Hij is een van de ‘klimaatgetuigen’ die het Wereld Natuur Fonds (WWF) naar de tiende VN-klimaatconferentie in het Braziliaanse Buenos Aires haalde.
Osvaldo Bonino uit een klein Argentijns dorp, Penina Moce van de Fiji-eilanden, en Norbu Sherpa uit een Nepalees bergdorp waren nog nooit eerder op een internationale conferentie geweest. Toch weten ze beter dan wie ook wat klimaatverandering is. Ze maken het proces elke dag mee.
Er zijn sterke aanwijzingen dat de opwarming van de aarde - een gevolg van de toenemende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer - leidt tot meer droogte en overstromingen, verzengende hitte, meer en zwaardere stormen en de uitbreiding van tropische ziekten. Dat is vooral nadelig voor ontwikkelingslanden die grotendeels van de landbouw leven en waar veel mensen nauwelijks geld opzij kunnen leggen om tegenslagen op te vangen. Daartegenover staat dat de opwarming van de aarde vooral op rekening te schrijven is van de industrielanden: zij waren de voorbije tweehonderd jaar verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de luchtvervuiling.
Bonino woont in Aarón Castellanos, een dorpje bij een meer in het noordoosten van Argentinië. De zeshonderd inwoners leefden grotendeels van de landbouw, tot de jaarlijkse regenval enorm toenam en het meer buiten zijn oevers trad. Van een oppervlakte die schommelde tussen drie- en tienduizend hectare groeide het tot 30.000 hectare nu, met een piek van maar liefst 50.000 hectare in 2001.
De gevolgen waren catastrofaal. De spoorlijn door het dorp staat al sinds de eerste zware regens in 1998 blank, en veel landbouwgrond is onbruikbaar. De landbouwers probeerden vissers te worden, maar de visstand ging snel achteruit. Intussen is de helft van de inwoners uit het dorp weggetrokken. Tweehonderd kleine en grotere landeigenaars hopen op schadeloosstelling voor hun verloren land en op initiatieven om het meer in te dijken om nog erger te voorkomen, voorlopig tevergeefs.
Bonino vertelt hoe zijn zus en zwager eerst op twee kilometer van het meer woonden. In 2001 bereikte de oever hun huis. Ze aarzelden lang om te verhuizen. ,,Maandenlang heeft mijn zwager zijn twee kinderen opgetild en waadde hij honderd meter door het heupdiepe water om ze naar school te brengen’’, zegt hij.
Een tweede getuigenis komt van Norbu Sherpa, een berggids uit een dorp niet ver van de Everest, in de Nepalese Himalaya. Smeltende gletsjers doen de beken in de streek ’s zomers sterk aanzwellen. De Sherpa’s uit de streek bouwen sinds mensenheugenis dijken om hun dorpen tegen dat water te beschermen. Maar negentien jaar geleden kwam er opeens een enorme watermassa naar beneden. Voor het eerst volstonden de dijken niet. Het water sleepte huizen, dieren en bomen mee. Norbu Sherpa en zijn gezin overleefden de ramp alleen omdat ze die dag niet thuis waren.
Ook voor Penina Moce, getrouwd en moeder van vijf kinderen, is klimaatverandering verre van abstract. Zij woont op Kabara, een van de kleinste Fiji-eilanden. ,,Mijn eiland lijkt een tropisch paradijs, maar in werkelijkheid is het een heel moeilijke plek om te leven’’, zegt ze. ,,Toen ik nog een meisje was, oogstten we allerlei dingen uit de oceaan en op het land, maar dat kan nu niet meer. Er is bijna geen strand meer en de zee komt dichter en dichter bij onze huizen. We kunnen niet verder in het binnenland gaan wonen, want daar is het te rotsig.’’
De eilandbewoners proberen de strijd tegen het stijgende zeeniveau te winnen door vegetatie langs de kust te planten. Maar dat haalt weinig uit, en ,,al het geld dat naar Fiji gaat, blijft op de grote eilanden’’, zegt de Argentijnse natuurbeschermingsorganisatie Fundación de Vida Silvestre Argentina.
Wetenschappers waarschuwen dat afsmeltende gletsjers, het stijgende zeeniveau, zware regenval en overstromingen steeds vaker voor problemen zullen zorgen als de uitstoot van broeikasgassen niet radicaal wordt teruggeschroefd.
De klimaatbijeenkomst buigt zich deze keer ook over het lot van ontwikkelingslanden. Centrale vragen zijn hoe regeringen zich kunnen voorbereiden op de klimaatverandering en in hoeverre de ontwikkelingslanden intussen toegang hebben tot klimaattechnologie. ,,Ik kom van de bergen en heb normaal geen toegang tot een internationale conferentie zoals deze’’, zegt Norbu Sherpa. ,,Nu ik hier ben wil ik ervan gebruikmaken om mensen op te roepen klimaatverandering heel ernstig te nemen. Het heeft invloed op de levens van mensen over heel de wereld, van Buenos Aires tot in de Himalaya.’’
Marcela Valente is correspondent van het IPS-persbureau

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

achtergrond
Familieberichten
Advertenties