De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
zaterdag 24 februari

Hoofdartikeldinsdag, 1 juni 2004

Nederlandse cijferfetisjisten…
Aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, heeft de regering een gevoelige diplomatieke nederlaag geleden. Nederland eiste garanties in de nieuwe Europese Grondwet dat landen die de begrotingsregels overtreden, zullen worden gestraft. Het Europese Hof van Justitie zou toezicht moeten gaan houden op de naleving van de regels van het stabiliteitspact, dat erin voorziet dat begrotingstekorten niet groter mogen zijn dan 3 procent. Eerder voorkwamen de Europese ‘reuzen’ Duitsland en Frankrijk dat zij op de vingers zouden worden getikt voor het overschrijden van het maximumtekort.
Nederland kreeg vrijwel geen steun van andere landen voor zijn eis. Veel landen zijn het met Duitsland en Frankrijk eens dat de regels van het pact te rigide zijn. Nederland zou veel te veel gefixeerd zijn op de willekeurige norm van 3 procent. In navolging van Duitsland en Frankrijk denken de meeste Europese landen dat verdere bezuinigingen het economisch herstel zullen schaden.
Het is vooral minister Zalm van Financiën geweest die consequent heeft gehamerd op naleving van het stabiliteitspact. Nederland plaatste zich daardoor in een diplomatiek gezien onhoudbare positie, die andere Europese landen dwong zich uit te spreken over de kwestie. Gezien het politieke en diplomatieke gewicht van Duitsland en Frankrijk was het onvermijdelijk dat de ‘brullende muis’ Nederland het onderspit moest delven. De positie is er – ook in moreel opzicht – niet beter op geworden, nu blijkt dat ons land zelf ook boven de 3-procentsnorm is uitgekomen. Zalm heeft echter onmiddellijk extra bezuinigingen aangekondigd om ervoor te zorgen dat Nederland binnen de Europese normen blijft.
De houding van Zalm, met in zijn kielzog de gehele regering, is typisch Nederlands. De gefixeerdheid van Nederland op cijfers, voorspellingen en modellen op economisch terrein is uniek in de wereld. Volgens de econoom Graafland, een van de wetenschappers die meewerkt aan de serie over economie in deze krant, laten beleidsmakers zich in Nederland veel meer dan in het buitenland leiden door inzichten uit modellen, die slechts zeer beperkt zijn gebaseerd op de werkelijkheid. Dat geldt niet alleen voor de opeenvolgende regeringen, maar voor het hele politieke bedrijf. Het vertrouwen in de economie als wetenschap is zo groot, dat vrijwel alle politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s laten doorrekenen door de economen van het Centraal Planbureau (CPB). Zalm, oud-directeur van het CPB, is dé kampioen van het Nederlandse economische cijferfetisjisme, waarover in het buitenland zo besmuikt wordt gegrinnikt.
…en het geloof in groei
De houding van Nederland met betrekking tot de economische wetenschap doet naïef aan. Waar het gaat om het geloof in de werkelijkheidswaarde van modellen spant Nederland inderdaad de kroon, maar de hele wereld maakt zich tegenwoordig schuldig aan geloof aan economische leerstellingen die onbewezen zijn, maar consequent als eenduidige waarheden door machthebbers worden gepresenteerd. De grootste leugen is die van de groei. Economische groei is de afgelopen eeuw gepresenteerd als dé voorwaarde voor een beter en gelukkiger leven. Ondanks hoge en voortdurende economische groei over een periode van 50 jaar – de gemiddelde reële inkomens zijn verschillende keren over de kop gegaan – is de grote massa mensen niet tevredener over hun leven dan een halve eeuw geleden. Het is al lang bewezen: boven een bepaalde inkomensgrens heeft toenemende rijkdom geen effecten op het welzijn van mensen. Toch blijven beleidsmakers economische groei propageren als hét medicijn voor alle sociale en maatschappelijke kwalen waarmee samenlevingen worstelen.
In de beleving van mensen is economische groei niet meer datgene wat het nuchter bekeken is: een jaarlijkse toename van producten en diensten. Nieuwe analyses van economen laten zien dat groei (die zich vertaalt in hogere inkomens voor burgers) overal ter wereld bijna een geloofskarakter heeft gekregen. Groei van inkomen is veel meer geworden dan de mogelijkheid om meer te consumeren. Toename van het inkomen is voor velen een levensdoel geworden; de hoop voor de toekomst van burgers en regeringen is op groei gevestigd. Niet omdat groei de stapel goederen en diensten vermeerdert, maar omdat zij een belofte inhoudt waaraan iedereen zich lijkt op te trekken. Maar het eenzijdig harde werken aan groei put mensen en de aarde uit en het frustreert bovendien het werken voor de gemeenschap zonder geldelijke vergoeding. Het geloof in de groei is een geloof in een afgod. Geluk wordt beloofd, maar verderf ligt op de loer.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

hoofdartikel
Familieberichten
Advertenties