De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
maandag 22 januari

Regiodinsdag, 25 mei 2004

Slachtoffer misdrijf kan schade vaak niet bewijzen
GOOS BIES
Leeuwarden – Slachtoffers van een misdrijf lopen onnodig vaak smartengeld of een schadevergoeding mis, al zouden ze daar in principe wel voor in aanmerking komen. ,,Te vaak” moeten rechters claims niet-ontvankelijk verklaren, omdat die niet goed zijn onderbouwd. Daarover zijn strafrechters, advocaten en het Openbaar Ministerie het met elkaar eens.
Slachtoffers kunnen na zo’n niet-ontvankelijk-verklaring nog wel naar de civiele rechter om de schade te verhalen, maar volgens E. Brandsma-de Vries van Rechtshulp Noord doen zij dat in de praktijk zelden. ,,Ze willen het boek sluiten, dan maar geen schadevergoeding.”
Wekelijks worden schadeclaims niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank van Leeuwarden. Volgens het Openbaar Ministerie ligt het vaak aan slachtoffers zelf dat hun claim om schadevergoeding niet-ontvankelijk wordt verklaard: zij slaan de adviezen in de wind van bureau Slachtofferinformatie Leeuwarden, dat onder de hoede van het OM slachtoffers begeleidt. De strafrechters delen die mening, zegt sectorhoofd P. Duinkerken. ,,Het gaat vaak mis omdat slachtoffers de instructies van Slachtofferinformatie onvoldoende opvolgen. Slachtoffers zijn al gauw verontwaardigd, die hebben iets van: ik heb het niet gedaan, ik hoef niks te bewijzen.’’
Toch kan de begeleiding door Slachtofferinformatie Leeuwarden een stuk beter, vindt strafrechter B. Dölle. ,,Er zou meer in geïnvesteerd moeten worden. Ik zie maar een enkele keer mensen van Slachtofferinformatie naar de zitting komen.” Dölle bevestigt dat schadeclaims ,,vaak” niet goed onderbouwd zijn. Waar mensen het zelf doen gaat het volgens hem ,,heel vaak mis”. Maar ook als ‘slachtofferzaken’ zich ermee bemoeid heeft, gaat het vaak mis. ,,Ook dan kan het nog op ‘tig’ vlakken fout gaan”, aldus Dölle. Eerder dit jaar uitte rechter R. de Valk-Aaldriks haar zorg over het hoge aantal schadeclaims dat de rechtbank niet-ontvankelijk moet verklaren, zonder daarvoor een oplossing te vinden.
Strafpleiter T. van der Goot van het kantoor Anker & Anker constateert dat een slachtoffer vaak onvoldoende of geen hulp heeft gehad. ,,Er wordt vaak wel gesteld dat er psychische schade wordt geleden, maar daar wordt dan geen bewijs van overhandigd in de vorm van een briefje van een arts of psychiater. Het schort vaak aan de onderbouwing van een schadevergoeding, en dat ligt misschien eerder aan de hulp dan aan het slachtoffer.” Advocaat W. Boonstra constateert ,,met enige regelmaat” dat de vordering niet goed wordt ingediend. ,,Iedere keer voel ik me weer lullig tegenover het slachtoffer als ik moet zeggen dat er geen goede onderbouwingen voor de claim zijn.”
Uit cijfers van het OM blijkt dat vorig jaar 1829 slachtoffers van een misdrijf waarbij een verdachte is opgepakt een schadevergoeding wensten (zo’n 35 procent van de gevallen). In datzelfde jaar is in 989 gevallen schadevergoeding toegewezen, in 71 moest de civiele rechter er nog wel aan te pas komen om de vergoeding te kunnen innen. Uit het jaarverslag van 2003 valt slechts op te maken dat de doelstelling van 45 procent ‘geld in de knip’, met een percentage van 38,4 procent niet is gehaald.
Medewerkers van Slachtofferinformatie - dat twaalf mensen in dienst heeft - constateren volgens het OM geregeld dat een vordering niet goed onderbouwd is, bijvoorbeeld omdat een kassabon of een machtiging van een rechtspersoon ontbreekt. Volgens het OM wordt het slachtoffer daarop gewezen en om aanvullende informatie gevraagd. ,,Als het slachtoffer dat, om wat voor reden dan ook, nalaat, resulteert dat vaak in een vordering niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie”, laat het OM weten. Persofficier van justitie O. Brouwer haalde gisteren in de rechtszaal nog een voorbeeld aan van de Lidl in Harlingen die slachtoffer is geworden van een inbraak, waarbij glasschade en materiële schade is aangericht. Tot driemaal toe was het slachtoffer gevraagd om een goede onderbouwing van de schadepost, maar omdat een machtiging om namens de benadeelde partij als rechtspersoon te mogen optreden, een uittreksel van de kamer van Koophandel en een nota ontbraken en de terug te vorderen btw niet was afgetrokken, kon de officier niet anders dan niet-ontvankelijk vorderen. Volgens rechter Duinkerken zou het OM soms best soepeler kunnen zijn. ,,Schade die niet betwist wordt, kun je gewoon toewijzen.”

Procedure

Juridisch medewerker E. Brandsma-de Vries van Rechtshulp Noord denkt volgens een ruwe schatting dat ongeveer de helft van de eisen om smartengeld wordt toegewezen. Zij staat namens Slachtofferinformatie Leeuwarden jaarlijks zo’n tweehonderd slachtoffers van immateriële schade bij. Na een niet-ontvankelijkverklaring kan het slachtoffer naar de burgerrechter stappen, maar Brandsma-de Vries merkt dat weinigen zin hebben in zo’n lange procedure. ,,Meestal zeggen ze: dan maar geen financiële genoegdoening, ik wil het hoofdstuk afsluiten.” Volgens haar is het soms lastig om in relatief korte tijd voor voldoende onderbouwing te zorgen. Vaak is er niet meer dan drie of vier weken tijd om aan medische gegevens en andere bewijsvoering te komen. Voor een slachtoffer is het ook moeilijk aan te tonen dat die inkomstenverlies heeft geleden door een misdrijf. ,,En zodra er discussie ontstaat, zal de rechter al snel tot het oordeel niet ontvankelijk komen, omdat de vordering volgens de wet eenvoudig van aard moet zijn.”
De in 1995 ingevoerde Wet Terwee moet het slachtoffers makkelijker maken materiële en immateriële schade te claimen. Tot dan moesten slachtoffers voor bedragen boven de 1500 gulden (zo’n 700 euro) naar de burgerrechter. Nu kan het slachtoffer gelijktijdig met het strafproces schadevergoeding eisen, dat kan zelfs nog tijdens de zitting worden ingediend. Slachtoffers krijgen, indien ze dat wensen, een voegingsformulier toegestuurd om schade te eisen. Als ze hulp willen bij het invullen, moeten ze daar zelf om vragen, staat in een begeleidende brief.

Kruisje

In de praktijk werkt de Wet Terwee nog steeds niet goed genoeg. ,,Ik heb wel eens de indruk dat het té eenvoudig wordt gemaakt voor het slachtoffer. Ze zetten een kruisje bij smartengeld en zien wel waar het schip strandt. Het is te makkelijk om posten op te voeren die niet onderbouwd kunnen worden”, vindt advocaat Van der Goot. Volgens advocaat Boonstra worden missers veroorzaakt doordat het OM de claim moet indienen. ,,Dat is raar, eigenlijk zou dat losgekoppeld moeten worden. Voor het indienen van schadeclaims zijn mensen nodig die kijk hebben op civiele vorderingen.”
Ook rechter P.J. Duinkerken, voorzitter van de strafsector, heeft ervaringen met slecht ingevulde schadeclaims. ,,Ik denk wel eens: die mensen zijn niet goed begeleid. Ze vragen schade die ze wel geleden hebben, maar die niets te maken heeft met het ten laste gelegde feit. Stel dat iemand is mishandeld en daarbij zijn ketting is verloren. Dan is die ketting niet te verhalen als alleen mishandeling ten laste is gelegd; zonder uitleg is dat niet te begrijpen.”
Volgens Dölle zijn de rechters wel snel geneigd om smartengeld toe te kennen. Vaak gaat het dan om een voorschot en moet het slachtoffer voor de rest van het bedrag alsnog naar de civiele rechter. ,,Iemand die na een verkrachting zonder een cent smartengeld naar huis gaat, dat komt bijna niet voor.” Ook zal de rechter indien enigszins mogelijk een foutieve claim ‘niet-ontvankelijk’ verklaren in plaats van ‘ongegrond’, zegt Dölle. Bij ongegrond is de uitspraak namelijk definitief en bij niet-ontvankelijk kan het slachtoffer het nogmaals proberen bij de burgerrechter.
Volgens Brandsma-de Vries van Rechtshulp Noord worden veel niet-ontvankelijkverklaringen ook veroorzaakt door de onbekendheid van de strafrechters met het civiele recht. ,,Het strafrecht is door de Wet Terwee geconfronteerd met een stuk civiel recht en daar heeft de strafrechter niet voor geleerd. Zoiets heeft tijd nodig. Ik doe dit nu vijf jaar, en ik merk wel dat in de loop der jaren steeds meer vorderingen worden toegewezen.”
De toegewezen schadevergoedingsmaatregelen worden namens het slachtoffer geïnd door het justitieel incassobureau CJIB. Daarvoor krijgt het bureau vijf jaar de tijd. In 2003 werden tegenover 928 toewijzingen 240 schadevergoedingmaatregelen geïnd. Rechter Duinkerken: ,,Slachtoffers moeten heel goed weten dat met een toewijzing het geld nog niet in de knip zit. De dader is bijna altijd een kale kip.”

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

regio
Familieberichten
Advertenties