De website frieschdagblad.nl maakt gebruik van cookies.
vrijdag 19 januari

Geloof & Kerkzaterdag, 12 juli 2003

Boeiend themanummer van tijdschrift ‘Wereld en Zending’
11 september 2001: het einde van de dialoog?
De aanslagen op de Twin Towers in New York van 11 september 2001 hebben geleid tot een polarisatie tussen ‘het Westen’ en ‘de islamitische wereld’, tussen ‘christenen’ en ‘moslims’, zo luidt een veel gehoorde mening. Sinds de aanslagen is een grote hoeveelheid boeken verschenen over de islam in het algemeen en het steeds sterker wordende fundamentalisme binnen de islam in het bijzonder die deze mening leek te bevestigen.
MARTHA FREDERIKS
Ook in de media werd uitgebreid aandacht besteed aan de dreiging of vermeende dreiging die van dit fundamentalisme uitging en de consequenties daarvan voor de relaties tussen christenen en moslims. Maar hebben de aanslagen werkelijk geleid tot een grotere polarisatie? Deze vraag stelde zich de redactie van het Nederlandstalige oecumenische tijdschrift voor interculturele theologie Wereld en Zending dat vier keer per jaar bij Uitgeverij Kok in Kampen verschijnt.
De redactie benaderde een aantal mensen uit verschillende delen van de wereld om hun visie te geven op de gebeurtenissen van 11 september en stelde hen daarbij de vraag: betekent 11 september 2001 nu het einde van de dialoog? Het resultaat van deze vraag is een veelzijdig themanummer (2/2003) van Wereld en Zending getiteld: 11 september: het einde van de dialoog?

Kapitalisme

Het nummer begint met een artikel van de hand van de Indiase kunstenaar Jyoti Sahi die de aanslagen van 11 september interpreteert als een vorm van iconoclasme. Dit iconoclasme was volgens Sahi niet alleen gericht op het vernietigen van de Twin Towers als symbool van het kapitalisme. Het ging nog veel dieper: het was een aanval op de identiteit van mensen in de Verenigde Staten. Vandaar de heftige tegenreactie. Terrorisme is, volgens Sahi, ten diepste een daad van minachting voor menselijk leven ‘als geschapen naar het beeld van God’ (blz. 7).
De Indiase moslim Asghar Ali Engineer sluit hierbij aan. Hij definieert terroristen als diegenen die op grote schaal onschuldige mensen en mensen die zich weerloos opstellen, doden (blz. 20). In zijn artikel maakt hij duidelijk dat fundamentalisme niet noodzakelijkerwijs hetzelfde is als terrorisme en er ook niet altijd toe leidt.
Legitimatie van geweld met behulp van religie wijst hij af, want, aldus Engineer, religie is per definitie geweldloos. Met deze stelling neemt hij afstand van het idee als zou Osama bin Laden een heilige oorlog voor de islam voeren. ,,Bin Laden’’, zo stelt Engineer, ,,heeft zijn eigen agenda, en zijn daden vertegenwoordigen in geen enkel opzicht de leer van de gehele islam.’’ (blz. 21).
Een derde artikel is van de hand van Karel Steenbrink. Hij geeft een overzicht van de ontwikkeling van het christelijke beeld van de islam in de twintigste eeuw en pleit, zich aansluitend bij de godsdienstfenomenoloog Wilfred Cantwell Smith, voor een minder gesloten visie op de verschillende religies: ,,De wereldreligies overleven door grondige veranderingen. Zij zijn geen eeuwige instellingen, maar - bij wijze van spreken - projecten die steeds weer moeten worden bijgesteld.’’ (blz. 33).
Dit, zo stelt Steenbrink, zou de diverse aanhangers van religies bescheiden moeten maken, bereid tot zelfkritiek en dialoog. ,,De nieuwe bescheidenheid is de enige weg tot een vruchtbare dialoog; welke niet gericht is op het behoud van de diverse waarheidsclaims, maar op het vervullen van alles wat er nog aan het religieuze project ontbreekt.’’ (blz. 34).
Het artikel van Steenbrink wordt gevolgd door een aantal kortere artikelen en casestudies. Ds Ype Schaaf geeft een analyse van de huidige toestand in de wereld en ziet het groeiende fundamentalisme (en terrorisme) als een reactie op de Westerse pretentie van superioriteit. Clement John beschrijft de impact van de aanslagen van 11 september in Pakistan en constateert dat met name het aansluiten van president Musharraf bij de coalitie tegen het terrorisme, het anti-Amerikanisme in Pakistan heeft vergroot en zijn impact heeft gehad op de positie van niet-moslims in Pakistan. Maar John constateert ook, dat de situatie van 11 september de standpunten van gematigde moslims en voorstanders van de dialoog alleen nog maar heeft onderstreept: voorstanders zijn nu nog meer overtuigd van de noodzaak van dialoog en zetten zich daar met hart en ziel voor in.
Kees de Jong constateert dat de verhoudingen tussen moslims en christenen in Indonesië steeds moeizamer verlopen, maar hij wijt dit eerder aan de binnenlandse situatie in Indonesië dan aan de gevolgen van 11 september. De Ghanese Johnson Mbillah, algemeen coördinator van het Project for Christian-Muslim Relations in Africa, constateert dat de aanslagen van 11 september de aandacht voor christen-moslim relaties in Afrika hebben vergroot en de noodzaak voor vreedzame coëxistentie hebben beklemtoond. Hij ziet dit als een positieve uitkomst van de gruwelijke daad van terrorisme. Kees Verduijn beschrijft de recente ontwikkelingen in Ivoorkust en constateert dat het gezamenlijk nationaal overleg tussen christenen en moslims een burgeroorlog niet kon voorkomen. Wilbert van Saane ten slotte schetst de situatie in het Midden-Oosten. Hij stelt vast dat de Amerikaanse inval in Afghanistan veel wrevel heeft gewekt bij moslims in het Midden-Oosten.
De verschillende kerken in het Midden-Oosten hebben daarom duidelijk afstand genomen van de inval. Deze heldere scheiding tussen godsdienst en politiek is, zo stelt Van Saane, een voorwaarde voor een dialoog tussen christenen en moslims. Dialoog in het Midden-Oosten, aldus Saane, betekent vooraleerst het puinruimen van misverstanden en conflicten uit het verleden.

Standpunten

Anders dan vaak wordt gedacht, kan men aan de hand van de artikelen in het nummer van Wereld en Zending constateren, dat de aanslagen van 11 september niet het einde van de dialoog tussen christenen en moslims hebben betekent. De diverse case-studies laten zien dat de binnenlandse situatie van doorslaggevend belang is in de relaties tussen christenen en moslims. Standpunten die al waren ingenomen vóór de aanslagen, werden door deze terreuractie nog eens versterkt: christenen en moslims die antagonistisch ten opzichte van elkaar stonden, hebben de aanslagen en de Amerikaanse reactie daarop aangegrepen om hun standpunten te onderstrepen, terwijl voorstanders van verdraagzaamheid en vreedzaam samenleven in deze aanslagen een nieuw pleidooi voor noodzaak van de dialoog zien. 11 september betekent daarom niet het eind van de dialoog, maar geeft de discussie over de relevantie van de dialoog een nieuwe impuls.
N.a.v.: ‘11 september 2001: het einde van de dialoog?’ Wereld en Zending 2/2003, Uitgeverij Kok Kampen. Abonnement 28,50 euro per jaar. Losse nummers 7,85 euro (exclusief verzendkosten)
Martha Frederiks is werkzaam bij het Interuniversitair Instituut voor Missiologie en Oecumenica in Utrecht.

Vertel een vriend | Reageer op dit artikel | Aantal reacties 0


Reacties:

Geloof & Kerk
Familieberichten
Advertenties